JEYPORE
Vanuit Jeypore rijden we iedere dag in een andere richting. De natuur is heel gevarieerd. Er zijn bergen, bossen, bewerkte velden en vele dorpjes en steden. Op relatief korte afstand van elkaar wonen heel wat verschillende stammen. We maken prachtige wandelingen en bezoeken verscheidene dorpjes van de Bhumia's, de Mali's, de Dhuruba's, de Bada Paraja's en de Gadaba's. Iedere gemeenschap heeft zijn eigen authenticiteit. De dorpjes zijn steeds anders samengesteld en de huizen verschillend versierd.
De vrouwen dragen kleurrijke kleren en sieraden. Meerdere keren worden we onthaald met muziek en dans. Tijdens de feesten zien we zowel de krijgsdans als de slangendans. De Koya's en de Gonds leven in communes waar oud en jong van elkaar gescheiden leven. Nog steeds staan wij versteld met welke variëteit hun maaltijden worden klaargemaakt en opgediend en dit in een van de armste streken van India. Hun primitieve dansen, onder andere een demonstratie van de pauwendans, kan duren tot in de vroege morgen.
De wandelingen worden afgewisseld met het bezoeken van vele marktjes. Zo ontmoeten we ook de Bonda's die zeker de meest typische zijn. Ze bedekken hun kaalgeschoren schedel met parels en hun naaktheid met velerlei kralen. De mannen zijn bewapend met pijl en boog.
De grote markt van Kunduli wordt zowel bezocht door de Mali's, de Katia Kondhs, de Sana Paraja's, enz. We zien de verschillende klederdrachten en haartooien van de vrouwen. Die worden dan versierd met kleurrijke haarspelden en bloemen. De markt is ook de plaats waar de jonge mensen elkaar ontmoeten en de meeste jonge meisjes hebben zich mooi opgesmukt met hun beste sari aan. Op de markt liggen velerlei groenten en wordt vee verhandeld. We trekken te voet verder naar een Sana-dorpje dat gekend staat voor zijn aardewerk. In Koraput bezoeken we het etnologisch museum.