In een grenzeloze verlatenheid strekt de Namib-woestijn zich over haar hele lengte uit langs de Atlantische kust. ‘Een door God vergeten land’, meenden de Duitse kolonisten. Namibië is Afrika’s dunst bevolkte staat. Pas sinds 1990 onafhankelijk, draagt het land nog ontegensprekelijk de sporen van een koloniaal verleden. In de steden herinneren Pruisisch aandoende gebouwen aan de tijd toen Südwest–Afrika Duits gebied was. Nog indringender is de invloed van Zuid–Afrika dat tijdens de Eerste Wereldoorlog het land annexeerde en tot de Namibische onafhankelijkheid zijn stempel drukte op het sociaal–economische leven.
Maar Namibië is vooral een land van immense uitgestrektheid en ongekend natuurschoon. We trekken door de zuidelijke Namib, de woestijn in haar volle glorie. Op weg door een adembenemend duinenlandschap met toppen tot 325m hoog, waar de zon de duinflanken tot vloeibaar koper kleurt. Bovendien voert de reis ons naar Kaoko-land in het uiterste noordwesten van Namibië. Desolaat en onherbergzaam is dit de wereld van de Himba’s, een volk van half-nomaden die, hitte en droogte trotserend, steeds op zoek zijn naar water en graaslanden voor hun vee. Een confrontatie met een authentieke wereld, met een andere tijd.