ALGERIJE
Tefedest en Immidir
Tijdens deze reis gaat onze aandacht uit naar de streek ten noorden van Tamanrasset.
Het gebied ligt geïsoleerd, is ruig en desolaat. Dat betekent echter niet dat we geen teken van leven zien. Zowel de fauna en flora als rotstekeningen en –gravures zullen gedurende het ganse traject onze aandacht vasthouden.
In het sterk geërodeerde Hoggar-massief van vulkanische oorsprong bevindt zich de hoogste berg van Algerije: de Tahat (3000 m). Ten noorden van de Hoggar ligt het Tefedest-gebergte, eveneens van vulkanische origine. De noordelijke uitloper, de Garet El Djenoun, reikt tot 2300 m. Voor de Touareg is dit de berg van de geesten; een magnetische afwijking zou bijzondere verschijnselen teweeg brengen. Een tassili is een bergachtig, sterk geërodeerd massief. Zandstenen bogen en schaduwrijke kloven of pieken vormen een grillig gesculpteerd landschap.
De Immidir situeert zich ten noorden van de Tefedest. De Adrar Ahnet (bergketen) is het territorium van de Kel Ahnet, een fiere Touaregstam die het contact met de vreemdeling nog steeds schuwt. Diepe canyons, desolate vlaktes, wouden van zandsteen, verborgen waterbekkens: het zijn slechts enkele van de facetten van dit merkwaardig gebied.
Wat Immidir en Ahnet zo bijzonder maken is de grillige configuratie van het terrein. Dit is geen idyllische woestijn van zacht glooiende duinen en palmbomen; het is een ruig en ruw landschap. Deze minerale wereld vertoont veel sporen van bewoning tijdens het neolithicum. De bewoners waren herders en nomaden die hun dagelijks leven vastgelegd hebben op kleurrijke rotstekeningen en –gravures. In vroegere tijden was de erosie volop aan de gang. Het klimaat was milder, met vochtige periodes, en het water heeft het landschap gebeiteld tot wat het nu is.
Immidir en Ahnet verkennen is een waar avontuur. Er zijn geen vaste trajecten en slechts een paar gidsen kennen het gebied. Tijdens de wandelingen genieten we van sublieme landschappen, het neusje van de zalm voor fotografen. Het plateau van Immidir is als een mysterieus open boek dat in de brandende zon op ons wacht, naakt en door het zand afgeschuurd. Het toont zijn diepste groeven, zijn steile wanden, maar ook zijn sensuele duinen in doodlopende valleien en schaduwrijke beschuttingen waar soms een spoor te vinden is van verre beschavingen.






























